Het verhaal van Jan, 45, Schizofrenie en cannabisverslaving

Naam; Jan
Leeftijd; 45 jaar
Probleem; Schizofrenie en cannabisafhankelijkheid
Afdeling: Forensische Polikliniek

Jan was op 16 jarige leeftijd al zwaar verslaafd aan cocaïne en cannabis. Al het geld dat hij verdiende ging dan ook hieraan op. Uit een relatie die 8 jaar duurde heeft Jan een zoon. Vriendin en zoon zijn bij hem weggegaan omdat zij het verslavingsgedrag niet aan konden. Sindsdien is het bergafwaarts gegaan met Jan. Hij kwam veel met de politie in aanraking en stond bekend als veelpleger.

De diagnoses van Jan zijn schizofrenie, paranoïde type en cannabis- afhankelijkheid.
Jan is binnen vier jaar 20 keer opgenomen binnen de psychiatrie. De meeste opnames verliepen vaak volgens een bepaald patroon. Het lukte Jan niet om zijn verslaving tijdens opname onder controle te houden. Hij vertoonde groepsontwrichtend gedrag, gebruikte openlijk drugs op de afdeling, verkeerde voortdurend op het randje van een psychose en was moeilijk in te stellen op antipsychotica. In verband met drugsgebruik en bijkomende agressie werd hij steeds vroegtijdig ontslagen of hij vertrok tegen advies.

Sinds November 2004 viel Jan onder de veelplegersaanpak van de OGGZ. Hij was sindsdien blijvend in beeld bij zowel de reclassering als bij het Forensische Ambulant Team (FAT) van de Forensische Polikliniek. Dit heeft ervoor gezorgd dat er een zeker mate van stabiliteit in het leven van Jan kwam. Niet voldoende om hem ervan te weerhouden af en toe delicten te plegen maar voldoende om hem enigszins in het gareel te houden en zodoende de recidive te verminderen. Jan kreeg een voorwaardelijke Rechtelijke Machtiging en hij werd in het begin vrijwel dagelijks gezien door zijn FAT-medewerker. De polikliniek verstrekte ook zijn medicatie. Door contact te blijven aangaan en te blijven geloven in de mogelijkheden van Jan bouwden Jan en zijn FAT-medewerker een goede en stevige vertrouwensband op. Door deze ambulante begeleiding ging het steeds beter met Jan. Hij begon zelf om advies te vragen en nam ook dingen aan waar hij het eigenlijk niet mee eens was. Iets wat hij voorheen nooit deed.

Jan voelde zich ondanks zijn sociale -, psychiatrische - en verslavingproblemen altijd als persoon gerespecteerd. De open en eerlijke begeleiding zorgde ervoor dat Jan op alle fronten beter is gaan functioneren. De frequentie van de contacten kon daarmee ook verminderd worden. Het is wel een periode van lange adem en doorzettingsvermogen geweest voor het FAT, evenals voor Jan, maar het resultaat mag er zijn.

FAT-medewerkers lopen regelmatig tegen een muur op. Door de achtergrond van cliënten hebben weinig mensen en instanties nog vertrouwen in iemand zoals Jan. Dit betekent vaak dat je veel weerstand moet overwinnen. Jan zegt last te hebben van het feit dat hij steeds op zijn verleden wordt afgerekend. Hij doet het hartstikke goed op de daklozenboot en gaat ieder dag naar Reflex (dagbesteding). Bij Reflex zijn ze erg te spreken over hem. In tegenstelling tot het verleden vertoont hij geen groepsontwrichtend gedrag en komt hij niet met Justitie in aanraking. Doordat het zo goed met Jan gaat wordt hij nu nog een keer maand gezien en hij krijgt om de 14 dagen zijn depot (drugsvervanger).